Zweden, Kungsleden. Maart 2007.
De beer was in winterslaap en zijn we onderweg niet tegenkomen. De eland, de grootste hertachtige ter wereld, is met zijn karakteristiek gewei een imposante verschijning en hebben we uitgebreid kunnen bewonderen. De wolf en de veelvraat zijn schuw en hebben zich helaas niet laten zien.
Noord-Zweden wordt ook wel de laatste wildernis van Europa genoemd. Het is het land van de Samen. Uitgestrekt, ruig en zeer dun bevolkt. De kou voelt hier 's-winters door de droogte minder scherp dan in Nederland. Dat is ook nodig. De temperaturen lagen tussen -5 en -25 graden Celsius. Het gebied waar we hebben gelopen ligt dan ook ruim boven de poolcirkel.
Begin maart 2007 reisden we naar Zweeds Lapland. Met voldoende
daglicht om een trektocht te kunnen maken maar 's-nachts nog donker genoeg om bij helder weer het onbeschrijfelijke spel van het
noorderlicht te kunnen bewonderen. In een uitgestorven landschap
trokken we door het gebied rond de Kebnekaise, met 2111 meter de
hoogste berg van Zweden. Een pulka trekkend met de groepsbagage en
ondanks de sneeuwschoenen toch nog diep wegzakkend in de sneeuw dwaalden
we 8 dagen door de besneeuwde wildernis.
Na de vliegreis van Amsterdam naar Stockholm bracht de trein ons in een
lange nacht ca. 1000 km verder naar Abisko in Noord-Zweden. Een mooie
treinreis die je een goed gevoel geeft voor de afstand
Een mooie tocht met soms erg koude nachten langs het spoor waar ook Dag Hammarskjöld het liefste kwam. Het noorderlicht heeft zich niet laten zien (of wilden we 's-nachts de tent niet uit om te gaan kijken?....). Mooie kampeerplekjes, soms erg onbeschut zoals in de Tjäktja-pas, maar daardoor de prachtigste uitzichten. Een sauna onderweg bij één van de hutten waar we langskwamen hebben we natuurlijk niet kunnen versmaden. Maar het mogen lopen door langgerekte dalen waar in de sneeuw nog geen andere sporen te vinden zijn dan die van een eland of sneeuwhaas, dat blijft toch één van de mooiste ervaringen in een winterlandschap.
De laatste wandeldag dalen we af uit de
bergen en lopen we naar het gehucht Nikkaluokta waar weer een
traditionele maaltijd op ons wacht voordat een busje ons de
volgende dag naar het vliegveld van Kiruna brengt. De rugzak voelt inmiddels niet zwaar meer aan en de pulka sturen we zonder al te veel weemoed met de bus mee terug naar Abisko. Eén pulka voor alle groepsbagage was toch wel een stevige opgave om bergopwaards te krijgen.




